ECLI:NL:HR:2002:AE8847
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij betrokkene werd veroordeeld tot betaling van ƒ 599.102,-- aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, subsidiair 25 maanden hechtenis.
Betrokkene voerde in hoger beroep een draagkrachtverweer aan, stellende dat hij een netto-inkomen had van ƒ 3070,- per maand en een vrouw en drie kinderen moest onderhouden, zonder verdere vermogensbestanddelen. De Hoge Raad oordeelde dat dit verweer onvoldoende was gemotiveerd en niet uitdrukkelijk met argumenten was onderbouwd, zodat het Hof niet verplicht was hier gemotiveerd op te beslissen.
De Hoge Raad bevestigde dat de motiveringseis uit art. 359, vijfde lid, Sv en art. 511e Sv vereist dat een rechter op een uitdrukkelijk en met argumenten ondersteund draagkrachtverweer een gemotiveerd antwoord geeft. Het enkele noemen van inkomen en gezinssituatie volstaat niet.
Hierdoor faalt het middel en wordt het cassatieberoep verworpen. Er zijn geen ambtshalve vernietigingsgronden. De ontnemingsmaatregel blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel blijft gehandhaafd.