ECLI:NL:HR:2002:AE9034
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens oorlogsmisdrijven door Duitse majoor
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een definitieve veroordeling door het Bijzonder Gerechtshof te 's-Gravenhage van een Duitse majoor die tijdens de Tweede Wereldoorlog als Inselkommandant op het eiland Voorne en Putten meerdere personen zonder proces liet executeren. De veroordeelde werd in 1949 veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.
De aanvraag tot herziening werd gebaseerd op verklaringen van betrokkenen die stelden dat de veroordeelde slechts bevelen van zijn meerdere had uitgevoerd en geen eigenmachtige handelingen had verricht. De verdediging voerde aan dat de veroordeelde als ondergeschikte te goeder trouw mocht aannemen dat de bevelen rechtmatig waren en dat hij deze niet hoefde te toetsen aan het oorlogsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het Bijzonder Gerechtshof deze omstandigheden reeds uitvoerig had onderzocht en dat de nieuwe verklaringen geen ernstig vermoeden wekten dat de uitkomst van de zaak anders zou zijn geweest. Bovendien was vastgesteld dat de bevelen kennelijk onrechtmatig waren en dat de veroordeelde als hoge officier daarvan op de hoogte moest zijn geweest. Het beroep op ambtelijk bevel en overmacht werd verworpen.
De Hoge Raad concludeerde dat de aanvraag tot herziening ongegrond was en wees deze af. Hiermee blijft de oorspronkelijke veroordeling van twintig jaar gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot twintig jaar gevangenisstraf.