ECLI:NL:HR:2002:AE9234
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering pensioenfonds na hoger beroep en enquête
Het geschil betreft een vordering van het pensioenfonds tegen eiser c.s. tot betaling van een bedrag van ƒ 3.100.000, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis na toelating tot bewijslevering en enquête en wees de vordering alsnog toe.
Eiser c.s. stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het eindarrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep bestudeerd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 RO Pro.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser c.s. in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een kamer van raadsheren, waarbij het arrest in het openbaar werd uitgesproken op 25 oktober 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest dat de vordering van het pensioenfonds toewijst.