ECLI:NL:HR:2002:AE9340
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van 37.675 gulden. Na bezwaar bij de Inspecteur werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak van het Hof stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad en bracht een middel naar voren. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 18 oktober 2002 door raadsheren Van Vliet, Lourens en Bavinck.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 blijft gehandhaafd.