ECLI:NL:HR:2002:AE9396
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak vorderde de werknemer bij de Kantonrechter de verklaring dat zijn ontslag kennelijk onredelijk was en een vergoeding van ƒ 145.000,-- bruto. De Kantonrechter wees de vordering af. De werknemer ging in hoger beroep bij de Rechtbank Amsterdam, die het vonnis van de Kantonrechter vernietigde en de werkgever veroordeelde tot betaling van een vergoeding van ƒ 75.000,-- bruto.
De werkgever stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand bleef. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde tevens de werkgever in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee is de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag definitief vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toekenning van een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.