ECLI:NL:HR:2002:AE9402
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake lijfsdwang bij alimentatievordering
Verzoeker is bij beschikking van de Rechtbank Maastricht veroordeeld tot betaling van alimentatie voor zijn minderjarige kinderen. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) vorderde vervolgens verlof tot tenuitvoerlegging van deze beschikking bij lijfsdwang wegens niet-betaling. De President van de Rechtbank verleende dit verlof, met een beperking van de duur van de lijfsdwang tot twee maanden.
Verzoeker werd gegijzeld, verzette zich tegen de wettigheid van de gijzeling, maar dit verzet werd ongegrond verklaard. Na betaling van een deel van de schuld bepaalde de President dat de lijfsdwang niet verder zou worden uitgevoerd. Het LBIO ging hiertegen in hoger beroep, maar het Hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en hield verdere beslissing aan, omdat het hof oordeelde dat het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep gericht was tegen een tussenbeschikking, waartegen tussentijds cassatieberoep niet openstaat. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het gericht is tegen een tussenbeschikking waartegen tussentijds cassatieberoep niet openstaat.