ECLI:NL:HR:2002:AE9608
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. Van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering aandelen inclusief latente vennootschapsbelasting in navorderingsaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een hogere waardering van verkochte aandelen dan door hem opgegeven. De Inspecteur stelde de waarde van de aandelen vast op ƒ 11.270.271, terwijl belanghebbende uitging van een lagere intrinsieke waarde. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd.
In cassatie stelde belanghebbende onder meer dat het Hof onjuist had geoordeeld over de deskundigheid van zijn adviseurs en dat de latente vennootschapsbelasting niet contant moest worden gemaakt bij de waardering. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had aangenomen dat belanghebbende bekend was met de werkelijke waarde van de onroerende zaken en effecten van de B.V. en dat de latente vennootschapsbelasting correct was meegenomen als contante waarde.
De Hoge Raad verwierp de middelen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de navorderingsaanslag op het hogere belastbare inkomen gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag op basis van de hogere waardering van de aandelen inclusief latente vennootschapsbelasting.