ECLI:NL:HR:2002:AE9641
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen uitleveringsuitspraak in zaak uitlevering ter tenuitvoerlegging vrijheidsstraf Duitsland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar verklaarde. Het ging om de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf die was opgelegd door het Landgericht Frankfurt am Main op 5 februari 1998.
De opgeëiste persoon voerde verweren aan dat hij niet in de gelegenheid was geweest zich te verdedigen tegen latere beslissingen van het Landgericht Limburg/Lahn, en dat uitlevering in strijd zou zijn met het voorbehoud dat Nederland heeft gemaakt bij het Europees uitleveringsverdrag en het Tweede Aanvullend Protocol bij het EUV. De rechtbank verwierp deze verweren omdat deze beslissingen betrekking hadden op de tenuitvoerlegging van de straf en niet op het vonnis zelf.
Daarnaast klaagde de opgeëiste persoon dat niet alle toepasselijke Duitse wetsartikelen waren overgelegd, maar de Hoge Raad oordeelde dat de overgelegde bepalingen voldoende waren om aan de vereisten te voldoen. De Hoge Raad vond geen reden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Duitsland wordt bevestigd.