ECLI:NL:HR:2002:AF0100
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van cassatieberoep in civiele vordering tot betaling en reconventionele vordering
Eiser heeft verweerder gedagvaard voor betaling van een geldbedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Verweerder heeft de vordering betwist en een reconventionele vordering ingesteld. De rechtbank wees de vordering van eiser grotendeels toe en wees de reconventionele vordering af. Beide partijen stelden hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde verweerder tot betaling van een lager bedrag aan eiser, terwijl eiser werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan verweerder.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Verweerder verscheen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 RO Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het beroep van eiser en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.