ECLI:NL:HR:2002:AF0103
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 1996
Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 107.541. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens werd de aanslag ambtshalve verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 100.408.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 100.187. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende een middel in.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 1 november 2002 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.