ECLI:NL:HR:2002:AF0103

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37493
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • P.J. van Amersfoort
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 1996

Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 107.541. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens werd de aanslag ambtshalve verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 100.408.

Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 100.187. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en diende een middel in.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 1 november 2002 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Nr. 37.493
1 november 2002
cl
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 juli 2001, nr. P 00/02345, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 107.541. Het door belanghebbende daartegen gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Bij ambtshalve gegeven beschikking van de Inspecteur is de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 100.408.
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 100.187.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.J.J van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2002.