ECLI:NL:HR:2002:AF0202

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/072HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot nakoming overeenkomst levering grond op Sint Maarten

Eiser heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen een vordering ingesteld tegen verweerster AGE tot nakoming van een overeenkomst betreffende de levering van percelen grond op Sint Maarten. Hij vorderde tevens een dwangsom en schadevergoeding wegens wanprestatie. Het Gerecht wees de vordering bij vonnis van 25 juli 2000 af. Eiser ging hiertegen in hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, dat het vonnis van het Gerecht op 2 maart 2001 bevestigde.

Daarop stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen gronden voor cassatie opleveren en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het vonnis van het Hof in stand, waarmee de vordering tot nakoming van de overeenkomst en de bijkomende vorderingen zijn afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot nakoming van de overeenkomst wordt afgewezen.

Uitspraak

20 december 2002
Eerste Kamer
Nr. R01/072HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende op Sint Maarten, Nederlandse Antillen,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
ALMOND GROVE ESTATE N.V., gevestigd op Sint Maarten,
Nederlandse Antillen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 oktober 1999 ter griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna: het Gerecht) ingekomen verzoekschrift heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - zich gewend tot dat Gerecht en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verweerster in cassatie - verder te noemen: AGE - te veroordelen om de tussen partijen bestaande overeenkomst binnen een week na het te dezen te wijzen vonnis na te komen door levering van de percelen grond als omschreven in punt 6 van dit verzoekschrift aan [eiser]; alles op straffe van het verbeuren van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ad US$ 20.000,-- voor iedere dag of een gedeelte van een dag dat AGE in gebreke blijft met de voldoening van het te geven bevel, met veroordeling van AGE tot vergoeding van de door [eiser], ten gevolge van de door AGE gepleegde wanprestatie geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en de gelegde beslagen van waarde te verklaren.
AGE heeft de vordering bestreden.
Het Gerecht heeft bij vonnis van 25 juli 2000 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna; het Hof).
Bij vonnis van 2 maart 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis bevestigd.
Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
AGE heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor AGE mede door mr. J.H.M. van Swaaij, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AGE begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 december 2002.