ECLI:NL:HR:2002:AF0203
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de taak van het Hof na verwijzing in cassatieprocedure Antilliaans recht
In deze zaak stond centraal de vraag of het Hof na verwijzing door de Hoge Raad nog mocht oordelen over nieuwe geschilpunten die door eisers na verwijzing waren ingebracht. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest uit 2000 voor het gedingverloop en bevestigt dat het Antilliaanse procesrecht geen regeling kent voor de procedure na verwijzing.
De Hoge Raad stelt vast dat de omvang van de taak van het Hof na verwijzing moet worden bepaald aan de hand van de Nederlandse procesrechtelijke regels, tenzij de aard van de Antilliaanse procedure anders vereist. Deze regels bepalen dat het Hof na cassatie niet kan terugkomen op reeds definitief besliste geschilpunten, ook niet als deze betrekking hebben op de openbare orde.
Alle klachten van eisers betroffen geschilpunten buiten de rechtsstrijd na verwijzing, waardoor het middel niet tot cassatie kon leiden. De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen omdat het Hof na verwijzing niet mocht oordelen over nieuwe geschilpunten buiten de rechtsstrijd.