ECLI:NL:HR:2002:AF0494
Hoge Raad
- Herziening
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid aanvraag herziening wegens onvolledige informatie parketmedewerker
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld door de Politierechter te Rotterdam voor opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van enig goed. De aanvraag tot herziening betrof de stelling dat de advocaat van de aanvrager onjuiste informatie had ontvangen van een parketmedewerker over intrekking van de dagvaarding, waardoor de aanvrager niet op de terechtzitting verscheen.
De Hoge Raad beoordeelde of deze omstandigheid een grond voor herziening kon vormen op grond van artikel 457 Sv Pro. Uit het dossier bleek dat er twee dagvaardingen waren, waarvan één was ingetrokken om nietigheid te voorkomen. De vermeende identieke dagvaardingen waren niet identiek, en de intrekking was bedoeld om juridische problemen te voorkomen.
De Hoge Raad oordeelde dat, zelfs als de informatie onjuist was, dit niet had geleid tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een minder zware straf, maar hooguit tot schorsing van het onderzoek en een nieuwe oproeping. Daarom kon de aanvraag niet worden ontvangen en werd deze niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een geldige grond voor herziening.