ECLI:NL:HR:2002:AF0631
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Betaling door houdstermaatschappij aan werkneemster als loonbetaling werkgever
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over 1998 opgelegd, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. De zaak betrof een vergoeding van circa 145.953 gulden, toegekend door de kantonrechter aan een werkneemster bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De betaling van deze vergoeding werd gedaan door de persoonlijke houdstermaatschappij van de directeur en grootaandeelhouder van belanghebbende. Het Hof oordeelde dat deze betaling met instemming van belanghebbende was verricht en dat belanghebbende daarom loonheffing verschuldigd was.
In cassatie werd betoogd dat de betaling niet als loonbetaling door belanghebbende kon worden aangemerkt en dat het Hof ten onrechte een uitvoeringsbesluit had toegepast. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde het oordeel van het Hof en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin een soortgelijke situatie werd gelijkgesteld aan een betaling in opdracht en voor rekening van de werkgever.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende is loonheffing verschuldigd over de betaling aan de werkneemster.