ECLI:NL:HR:2002:AF0960
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslagen onroerendezaakbelasting vakantiewoningen gemeente Oostburg
Belanghebbende was voor het jaar 1998 aangeslagen voor onroerendezaakbelasting over twee vakantiewoningen gelegen aan respectievelijk een adres te Q en een adres te R. De aanslagen werden op één aanslagbiljet verenigd door de gemeente Oostburg. Na bezwaar werden deze aanslagen gehandhaafd door het Hoofd van de afdeling Financiën en Interne Zaken van de gemeente.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslagen en de uitspraak van het Hoofd vernietigde. Het college van burgemeester en wethouders van Oostburg stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende, ondanks het afsluiten van beheerovereenkomsten met verhuurorganisaties die de woningen aan recreanten verhuurden, toch als degene moet worden aangemerkt die de vakantiewoningen voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld. Dit omdat het verhuurrisico en de lasten bij belanghebbende bleven. Daarmee werd het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van het Hoofd bevestigd.
De Hoge Raad wees verder af dat proceskosten aan belanghebbende worden opgelegd. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 22 november 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende terecht is aangeslagen voor onroerendezaakbelasting over twee vakantiewoningen.