ECLI:NL:HR:2002:AF2249

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37044
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardebepaling onroerende zaak en verwijst zaak terug

Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak aan a-straat 1 te Q, die aanvankelijk op ƒ 452.000 was vastgesteld voor de periode 1997-2000. De Inspecteur der Gemeentebelastingen stelde de waarde bij uitspraak op bezwaar bij op ƒ 382.000. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de waarde vaststelde op ƒ 314.000 en daarmee de uitspraak van de Inspecteur vernietigde.

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof bij zijn waardebepaling is uitgegaan van een te hoge waarde van ƒ 452.000, terwijl vaststond dat deze waarde, ook bij een gemiddelde staat van onderhoud, te hoog was vanwege een te grote grond- en woonoppervlakte. Hierdoor is het Hof buiten de rechtsstrijd getreden.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof behalve de beslissing over het griffierecht, en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de gemeente Leiden verplicht het griffierecht van ƒ 630 (€ 285,88) aan belanghebbende te vergoeden.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor volledige herbeoordeling.

Uitspraak

Nr. 37.044
20 december 2002
WM
gewezen op het beroep in cassatie van X N.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2001, nr. BK-99/00904, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 452.000.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur der Gemeentebelastingen van de gemeente Leiden bij uitspraak de waarde nader vastgesteld op ƒ 382.000.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de beschikking in zoverre gewijzigd, dat de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op ƒ 314.000. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel betoogt onder meer dat het Hof in strijd met het door partijen ingenomen standpunt heeft geoordeeld dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak van ƒ 452.000, indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, juist is.
3.2. Het middel is gegrond. Met zijn evenvermelde oordeel heeft het Hof miskend dat de Inspecteur bij de uitspraak op het bezwaarschrift de waarde nader heeft vastgesteld op ƒ 382.000 onder meer in verband met de omstandigheid dat aanvankelijk van een te grote grond- en woonoppervlakte is uitgegaan. In aanmerking genomen dat daarmee tussen partijen vaststond dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van ƒ 452.000, ook indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, in ieder geval te hoog was, is het Hof aldus buiten de rechtsstrijd van partijen getreden.
3.3. Nu het Hof bij zijn uiteindelijke oordeel over de waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak voormelde waarde van ƒ 452.000 tot uitgangspunt heeft genomen, kan zijn uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek van de zaak in volle omvang. Het middel behoeft verder geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Leiden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van ƒ 630 (€ 285,88).
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.