ECLI:NL:HR:2002:ZC8106
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens risico tenietgaan grond
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens verkrijging van economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze en de uitspraak. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
Het geschil draaide om de vraag of het risico van tenietgaan van de grond, zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, op belanghebbende was overgegaan. Het Hof oordeelde dat dit risico bij de verkoper was gebleven, waardoor het belastbare feit niet had plaatsgevonden. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'enig risico van tenietgaan' en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst.
Verder stelde het Hof dat het niet overgaan van het risico van tenietgaan niet strijdig is met de doelstelling van de Wet. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.