ECLI:NL:HR:2002:ZD2938
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbeurdverklaring onroerend goed in strafzaak deelneming criminele organisatie
In deze strafzaak is door het Gerechtshof Amsterdam een perceel onroerend goed verbeurd verklaard, omdat het geheel of grotendeels was verkregen uit de baten van strafbare feiten die door een organisatie werden gepleegd. De eigendom stond formeel op naam van een derde, maar het hof oordeelde dat het perceel feitelijk aan de veroordeelde toebehoorde.
De klaagster, die formeel als eigenaar in de transportakte stond vermeld, maakte bezwaar tegen de verbeurdverklaring en voerde aan dat het ging om zakelijke rechten (erfpacht en opstalrecht) die niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring volgens art. 33a Sr. Het hof verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde de verbeurdverklaring.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het perceel als onroerende zaak vatbaar is voor verbeurdverklaring, ongeacht de naam van de eigenaar, en dat de klacht over de aard van de zakelijke rechten niet tot cassatie kan leiden omdat dit een feitelijke beoordeling betreft. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verbeurdverklaring van het onroerend goed blijft gehandhaafd.