ECLI:NL:HR:2003:AD5797
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt HvJ EU over vrijstelling belasting personenauto bij verhuizing
Belanghebbende bracht een personenauto vanuit Oostenrijk naar Nederland over en vroeg vrijstelling van belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). De Inspecteur weigerde deze vrijstelling, waarna het Hof de weigering vernietigde en vrijstelling verleende. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de uitleg van de communautaire Verordening (EEG) nr. 918/83, met name of een auto die door de werkgever ter beschikking is gesteld en zowel privé als zakelijk wordt gebruikt, als persoonlijk goed kan worden aangemerkt en of de belanghebbende deze auto 'in bezit' had gedurende de vereiste zes maanden voorafgaand aan verhuizing.
Het Hof had geoordeeld dat de auto als persoonlijk goed gold en dat belanghebbende deze feitelijk in bezit had vanaf het moment dat hij de auto volledig tot zijn beschikking had, ondanks dat de werkgever eigenaar bleef tot de aankoop. De Staatssecretaris betwist dit en stelt dat 'bezit' een situatie vereist die de eigendom zeer nabij komt.
De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële uitleg van de begrippen 'persoonlijk goed' en 'bezit' in de Verordening, en schorst het geding totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de uitleg van 'persoonlijk goed' en 'bezit' in de Verordening.