ECLI:NL:HR:2003:AE8752
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gerechtshof bij geschil over vermindering onroerendezaakbelasting zalmsnip
Belanghebbende ontving voor de jaren 1998 en 1999 aanslagen onroerendezaakbelasting voor het gebruik van een recreatiebungalow, zonder toepassing van de wettelijke vermindering van ƒ 100, de zogenaamde zalmsnip. Belanghebbende verzocht om toekenning van deze vermindering, maar dit verzoek werd door het hoofd afdeling Middelen van de gemeente Ameland afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat zich echter onbevoegd verklaarde en het geschil doorzond aan de rechtbank Leeuwarden. Ook de rechtbank verklaarde zich onbevoegd. Het geschil werd vervolgens aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorgelegd, die de eerdere uitspraak bevestigde. De Hoge Raad werd verzocht een beslissing te nemen over het jurisdictiegeschil tussen Hof en rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek van belanghebbende ten onrechte als een verzoek op grond van artikel 242 Gemeentewet Pro is aangemerkt, terwijl het feitelijk een bezwaarschrift betrof volgens artikel 23 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen. Hierdoor had het Hof wel bevoegd moeten zijn om kennis te nemen van het beroep. De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak van het Hof en wijst het Gerechtshof Leeuwarden aan als bevoegde rechter, waarna het Hof de zaak alsnog moet behandelen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het Gerechtshof Leeuwarden aan als bevoegde rechter en vernietigt de uitspraak van het Hof.