ECLI:NL:HR:2003:AE8771
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bescherming journalistieke bron bij inbeslagname zipschijf
In deze zaak stond de vraag centraal of het inbeslagnemen van een zipschijf met bestanden, die door journalisten waren ontvangen van een anonieme bron, verenigbaar was met het recht op vrije nieuwsgaring en de bescherming van de bron. De rechtbank had het klaagschrift van de journalistiek dienstdoende partij gegrond verklaard en de teruggave van de zipschijf gelast, omdat niet was voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel.
De Hoge Raad bevestigde dat het recht op persvrijheid en bronbescherming een zwaarwegend belang is dat alleen mag worden doorbroken indien aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Het Openbaar Ministerie moet aannemelijk maken dat inbeslagname noodzakelijk is en dat minder ingrijpende middelen niet toereikend zijn. Dit volgt uit artikel 10 EVRM Pro, waarin ook beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit centraal staan.
De zaak betrof een ernstige computervredebreuk waarbij niet alleen gegevens waren ontvreemd maar ook schade was toegebracht aan de internetprovider en haar klanten. Ondanks het belang van strafvordering oordeelde de Hoge Raad dat het Openbaar Ministerie onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het subsidiariteitsbeginsel was nageleefd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de inbeslagname onrechtmatig was, waarmee de bescherming van de journalistieke bron werd gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de inbeslagname van de zipschijf onrechtmatig was, waardoor deze aan klaagster moest worden teruggegeven.