ECLI:NL:HR:2003:AF0200
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over concurrentiebeding en loonvordering
Eiser werd door SAV gedagvaard wegens overtreding van een concurrentiebeding en werd veroordeeld tot betaling van een dwangsom en boete. Eiser bestreed deze vorderingen en vorderde zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst met schadevergoeding en betaling van loonverschil. De Kantonrechter oordeelde dat eiser het concurrentiebeding had geschonden en veroordeelde hem tot betaling van een bedrag aan SAV, terwijl de overige vorderingen werden afgewezen.
Eiser ging in hoger beroep tegen dit vonnis en stelde tevens een incidentele vordering tot zekerheidstelling voor betaling van kosten en schade. De rechtbank wees deze vordering af en verwees de hoofdzaak voor verdere behandeling. Tegen dit incident vonnis stelde eiser cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.