ECLI:NL:HR:2003:AF0219
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Cassatie over beëindiging schuldsaneringsregeling en faillietverklaring
In deze zaak heeft de schuldenaar op 17 januari 2002 de Rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling. De Rechtbank heeft na een hoorzitting op 6 februari 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en de bewindvoerder. Op 27 maart 2002 heeft de bewindvoerder, ondersteund door de rechter-commissaris, verzocht om de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De Rechtbank heeft op 25 april 2002 de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaar in staat van faillissement verklaard. Hiertegen heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat op 11 juni 2002 het vonnis van de Rechtbank heeft bekrachtigd. De schuldenaar heeft vervolgens cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof. De bewindvoerder heeft een verweerschrift ingediend en verzocht om het verzoek van de schuldenaar af te wijzen. De Advocaat-Generaal L. Strikwerda heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 januari 2003 geoordeeld dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden, en heeft het beroep verworpen. De beslissing is openbaar uitgesproken door raadsheer A. Hammerstein.