ECLI:NL:HR:2003:AF0221
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart zich onbevoegd in cassatieberoep tegen besluit Erasmus Universiteit
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen een besluit van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waarbij het eervol verleende ontslag en de ontslaguitkering per 1 oktober 1998 werden gehandhaafd. De Rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Deze verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Een verzet tegen deze uitspraak werd eveneens ongegrond verklaard.
Vervolgens verzocht verzoeker de Rechtbank Dordrecht om herziening van de eerdere beslissing op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit verzoek werd afgewezen. Tegen deze afwijzing stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad niet bevoegd was om van het cassatieberoep kennis te nemen. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde zich onbevoegd, omdat geen wettelijke bepaling de Hoge Raad de bevoegdheid verleent om dit cassatieberoep te behandelen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het cassatieberoep.