ECLI:NL:HR:2003:AF0223

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/075HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en cassatieprocedure

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 10 januari 2003 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende de beëindiging van een schuldsaneringsregeling. De verzoeker tot cassatie, aangeduid als de schuldenaar, had eerder in de procedure de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling toegewezen gekregen door het Gerechtshof te Amsterdam op 17 maart 2000. Op 30 mei 2002 heeft de bewindvoerder de Rechter-Commissaris verzocht om de schuldsaneringsregeling te beëindigen, gebaseerd op artikel 350 lid 3 sub c van de Faillissementswet. Na een mondelinge behandeling op 8 augustus 2002 heeft de Rechtbank te Alkmaar de schuldsaneringsregeling beëindigd. Hiertegen heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, dat op 13 september 2002 de uitspraak van de Rechtbank heeft bekrachtigd. De schuldenaar heeft vervolgens cassatie ingesteld tegen dit arrest van het Hof.

De Hoge Raad heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat de klachten die in het cassatierekest zijn aangevoerd, niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, er geen nadere motivering nodig is, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep van de schuldenaar dan ook verworpen.

Dit arrest is uitgesproken door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, waarbij A. Hammerstein de uitspraak in het openbaar heeft gedaan.

Uitspraak

10 januari 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/075HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 maart 2000 is ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij brief van 30 mei 2002 heeft de bewindvoerder de Rechter-Commissaris voorgesteld de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van het bepaalde in artikel 350 lid 3 sub c F.
Na mondelinge behandeling op 8 augustus 2002, heeft de Rechtbank te Alkmaar bij vonnis van die datum de schuldsaneringsregeling op die grond beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling op 10 september 2002, heeft het Hof bij arrest van 13 september 2002 de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 januari 2003.