ECLI:NL:HR:2003:AF0694
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Verjaring en aansprakelijkheid bij beroepsziekte door blootstelling aan chemicaliën op werk
De zaak betreft een vordering van [verweerder] tegen BASF wegens schadevergoeding voor een beroepsziekte veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen tijdens zijn werk als inktvoorbereider. [Verweerder] was arbeidsongeschikt verklaard en stelde BASF aansprakelijk voor het niet treffen van preventieve maatregelen.
De Kantonrechter verklaarde de vordering verjaard, maar de Rechtbank vernietigde dit en oordeelde dat de verjaring tijdig was gestuit. De Hoge Raad bevestigt dat het criterium 'bekend is geworden' in art. 3:310 lid 1 BW Pro subjectief moet worden opgevat, waarbij daadwerkelijke bekendheid met zowel de schade als de aansprakelijke persoon vereist is.
De Hoge Raad stelt dat het enkele vermoeden van een verband onvoldoende is en dat pas bij bevestiging door een deskundige de verjaring begint te lopen. In deze zaak was dat moment 15 december 1992, toen een neuroloog een milde oplosmiddelenintoxicatie als mogelijke oorzaak aanwees.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van BASF en veroordeelt BASF tot betaling van de proceskosten. De uitspraak bevestigt de bescherming van werknemers bij beroepsziekten en verduidelijkt het verjaringstijdstip in dergelijke gevallen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de verjaring pas begon te lopen op 15 december 1992, waardoor BASF aansprakelijk blijft.