ECLI:NL:HR:2003:AF3653
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering van verplichting zonder rekening te houden met voornemen crediteur
In deze zaak betrof het een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1993 opgelegd aan belanghebbende. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag aanzienlijk.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Kern van het geschil was de waardering van een verplichting waarbij het Hof oordeelde dat geen rekening gehouden mocht worden met het voornemen van de crediteur om af te zien van zijn rechten. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat alleen wanneer vaststaat of zo goed als zeker is dat de schuld niet of niet volledig hoeft te worden voldaan, een lagere waardering gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het Hof bekrachtigd en bleef de aanslag verminderd tot het lagere belastbare bedrag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bekrachtigd.