ECLI:NL:HR:2003:AF3658
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemerschap politieke partij voor omzetbelasting
Belanghebbende, een politieke partij, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1994-1998. Na bezwaar werd deze verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat de partij haar inkomsten voornamelijk uit lidmaatschapsgelden en sponsorbijdragen haalt, waarbij geen rechtstreeks verband bestaat met individuele prestaties aan leden. Ook de verstrekte hotelbonnen aan leden en sponsors werden als bijkomstig en ondergeschikt aan de algemene verenigingsactiviteiten beoordeeld. Daarom is geen sprake van ondernemerschap in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met andere instellingen die wel als ondernemer worden aangemerkt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, aangezien de teruggaafbeschikkingen slechts administratieve afhandeling waren en niet een gewijzigde standpuntbepaling van de belastingdienst.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen ondernemer is voor de omzetbelasting.