ECLI:NL:HR:2003:AF3678
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing fraus legis bij aandelenverkoop en belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van bijna 1,9 miljoen gulden, waarvan het grootste deel werd belast volgens artikel 57 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof.
De kern van het geschil betrof de verkoop van 175 aandelen in D BV aan F BV, waarbij belanghebbende na de transactie economisch gezien vrijwel het gehele belang in D BV behield door dividenduitkeringen die de koopsom aflost. Het Hof oordeelde dat ondanks de verkoop het belang bij de ondernemings- en beleggingsactiviteiten nagenoeg geheel was behouden, waardoor toepassing van het leerstuk fraus legis gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende, waaronder het betoog dat het belang niet voor negentig procent was behouden en dat de verdeling van resultaten over vijf jaar meegewogen moest worden. De Hoge Raad bevestigde dat voor de beoordeling het belang onmiddellijk voorafgaand aan en op het moment van voltooiing van de rechtshandelingen bepalend is. Ook werd geoordeeld dat het motief van belastingverijdeling aannemelijk was gemaakt en de bewijslast correct was verdeeld.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd met toepassing van fraus legis.