ECLI:NL:HR:2003:AF4123
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgangsrecht bij renteaftrek vennootschapsbelasting na wijziging Wet
In deze zaak betrof het geschil de fiscale behandeling van rente die belanghebbende in 1998 ontving van A B.V., onderdeel van een fiscale eenheid, waarbij de aftrekbaarheid van deze rente werd betwist op grond van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en de vaststelling van het verlies, maar dit werd door de Inspecteur gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat artikel II, lid 1, van de Wijzigingswet, dat overgangsrecht regelt, niet van toepassing is op situaties die na de inwerkingtreding van artikel 10a zijn ontstaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende. Tevens faalde de motiveringsklacht gericht tegen het verwijzen door het Hof naar een vergelijkbare zaak. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het beroep van belanghebbende wordt afgewezen.