ECLI:NL:HR:2003:AF4124

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38089
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20i lid 1 Wet op de inkomstenbelasting 1964
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling waarde economische verkeer aandelen aanmerkelijk belang per 1 januari 1997

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren, vastgesteld op 16.855.245 gulden. Dit bezwaar werd door de Inspecteur gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde waarde.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kern van het geschil betrof de juiste waardering van de aandelen in de A B.V. per 1 januari 1997, oftewel de waarde in het economische verkeer.

De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over de waarde geen onjuiste juridische interpretatie van het begrip waarde in het economische verkeer bevatte en dat het feitelijke waarderingsbesluit niet in cassatie kan worden getoetst. Ook was het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het cassatiemiddel faalde derhalve.

De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde verkrijgingsprijs van 16.855.245 gulden blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 38.089
7 februari 2003
S
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 december 2001, nr. P00/02428, betreffende na te melden beschikking op de voet van artikel 20i, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Bij beschikking van 21 januari 2000 heeft de Inspecteur de verkrijgingsprijs van aandelen welke tot een aanmerkelijk belang behoren, vastgesteld op f 16.855.245. Deze beschikking is op het daartegen gemaakte bezwaar bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Voor het Hof was in geschil de waarde in het economische verkeer van de door belanghebbende gehouden aandelen in de A B.V. per 1 januari 1997.
3.2. Het oordeel van het Hof dat de waarde dient te worden vastgesteld op f 16.855.245, geeft geen blijk van een onjuiste opvatting van het begrip waarde in het economische verkeer en kan als verweven met waarderingen van feitelijke aard voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2003.