ECLI:NL:HR:2003:AF4124
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde economische verkeer aandelen aanmerkelijk belang per 1 januari 1997
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de Inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren, vastgesteld op 16.855.245 gulden. Dit bezwaar werd door de Inspecteur gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde waarde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kern van het geschil betrof de juiste waardering van de aandelen in de A B.V. per 1 januari 1997, oftewel de waarde in het economische verkeer.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof over de waarde geen onjuiste juridische interpretatie van het begrip waarde in het economische verkeer bevatte en dat het feitelijke waarderingsbesluit niet in cassatie kan worden getoetst. Ook was het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het cassatiemiddel faalde derhalve.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde verkrijgingsprijs van 16.855.245 gulden blijft gehandhaafd.