ECLI:NL:HR:2003:AF5110
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wegens onjuiste WOZ-waarde
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 85.134. Vervolgens is een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 89.334, welke na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd.
Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de navorderingsaanslag en de uitspraak van de inspecteur vernietigde. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de WOZ-waarde van de woning ten tijde van de aangifte nog niet bekend was en dat toepassing van het Besluit van 5 juli 1996 vereist dat de belastingplichtige te kwader trouw de waarde van de woning te laag in de aangifte heeft opgenomen. De klacht van de Staatssecretaris dat het moment van ontvangst van het aanslagbiljet bepalend zou zijn, wordt verworpen.
De overige klachten worden niet nader gemotiveerd afgewezen omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.