ECLI:NL:HR:2003:AF5452
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens geen schending aanwezigheidsrecht verdachte
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij braak werd gepleegd. Tijdens het hoger beroep voerde de verdediging aan dat de zaak in eerste aanleg had moeten worden aangehouden vanwege de ernstige ziekte van de verdachte, die niet aanwezig kon zijn bij de zitting. De rechtbank had de zaak echter bij verstek behandeld omdat de aanhouding was geweigerd.
De Hoge Raad overwoog dat het middel van cassatie dat stelt dat het hof de zaak had moeten terugverwijzen op grond van art. 423 Sv Pro faalt. De jurisprudentie leert dat niet automatisch tot terugverwijzing moet worden overgegaan wanneer een zaak bij verstek is behandeld vanwege afwezigheid door ziekte.
Het hof had het pleidooi van de raadsvrouw over de gang van zaken in eerste aanleg terecht opgevat als een strafuitsluitingsverweer en had de strafoplegging aangepast. De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging van het arrest en verwierp het cassatieberoep. De veroordeling tot zes weken gevangenisstraf bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf blijft in stand.