ECLI:NL:HR:2003:AF6260
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere feiten waaronder mishandeling, bedreiging en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Het hof had de verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf en de tenuitvoerlegging van twee voorwaardelijke straffen gelast.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, aangezien het cassatieberoep op 4 mei 2001 werd ingesteld en de zaak pas op 4 maart 2003 werd behandeld, meer dan twee jaar later. Deze termijnoverschrijding leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze van twee maanden naar één maand en drie weken. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twee maanden naar één maand en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.