ECLI:NL:HR:2003:AF7503
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schriftelijkheidsvereiste voor vergoeding woon-werkverkeer
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen heeft het premieplichtig loon van belanghebbende verhoogd over de jaren 1992 tot en met 1996. Belanghebbende maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen door het bestuur, de rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van de Centrale Raad.
De Centrale Raad oordeelde dat de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 1, letter b, van de Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake vergoeding kosten woon-werkverkeer ten tijde van het vervoer moet zijn gesloten. Belanghebbende betoogde anders, maar de Hoge Raad bevestigde de uitleg van de Centrale Raad.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het argument dat een mededeling van VNO-NCW zou leiden tot een afwijking van deze schriftelijkheidsvereiste. De Hoge Raad stelde dat dit geen cassatieklacht oplevert en dat beroep in cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad slechts mogelijk is wegens schending van specifieke wettelijke bepalingen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees daarmee het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad bevestigd.