ECLI:NL:HR:2003:AF7557
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt behoud belastingheffing bij emigratie en verwerpt klachten over internationale verdragen
Belanghebbende, houdster van alle aandelen in een BV, emigreerde naar Curaçao na ontvangst van dividend en werd geconfronteerd met een conserverende aanslag inkomstenbelasting over fictief vervreemdingsvoordeel. Na bezwaar en beroep bij het Hof werden de aanslag en uitstel van betaling deels gewijzigd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de aanslag de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) uitholt, in strijd is met het EG-Verdrag en internationale mensenrechtenverdragen, en dat het Hof onterecht geen proceskostenvergoeding toekende. De Hoge Raad verwierp deze klachten op grond van de wettelijke regeling, jurisprudentie en verdragsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat de conserverende aanslag niet in strijd is met artikel 12 BRK Pro, dat het EG-Verdrag niet van toepassing is op overzeese gebieden zoals de Nederlandse Antillen, en dat het uitstel van betaling de rechten van belanghebbende voldoende beschermt. Ook werd geoordeeld dat een expliciet verzoek tot schadevergoeding vereist is volgens de Awb.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd, waarbij de aanslag en het uitstel van betaling gehandhaafd blijven zoals vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de conserverende aanslag en het uitstel van betaling.