ECLI:NL:HR:2003:AF8484
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afkoop canon en erfpachtsrecht in inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende heeft voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen op een belastbaar inkomen van ƒ 57.701. Na bezwaar is deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de afkoop van een jaarlijkse canon van ƒ 16.410 door belanghebbende, welke betaling volgens het Hof niet kwalificeert als een periodieke betaling in de zin van artikel 42a, lid 1, juncto artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, waarbij ook werd opgemerkt dat het feit dat belanghebbende direct na de afkoop de eigendom van de grond verwierf, niet relevant is voor de kwalificatie van de betaling.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.