ECLI:NL:HR:2003:AF8562
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in beklag inzake teruggave inbeslaggenomen geld bij uitlevering
In deze zaak gaat het om een klaagschrift ingediend door klaagster tegen het beslag op een geldbedrag van € 38.275,- dat bij de aanhouding van de opgeëiste persoon in het kader van een uitleveringsverzoek van Duitsland in beslag was genomen.
De Rechtbank te Haarlem had op 22 juli 2002 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar verklaard en bepaald dat het inbeslaggenomen geld aan de Duitse autoriteiten zou worden overgedragen. Tegen deze uitspraak was cassatieberoep ingesteld, dat door de Hoge Raad op 12 november 2002 werd verworpen, waardoor de beslissing onherroepelijk werd.
Klaagster had op 19 juli 2002 een klaagschrift ingediend om het beslag op het geldbedrag op te heffen en teruggave te verkrijgen. De Rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd om van het klaagschrift kennis te nemen en verwees het door naar de Hoge Raad als het bevoegde gerecht.
De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank zich ten onrechte onbevoegd had verklaard en dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de beslissing over het beslag onherroepelijk was geworden. Omwille van doelmatigheid besloot de Hoge Raad zelf de zaak af te doen en verklaarde de klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag over de teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag.