ECLI:NL:HR:2003:AF9425
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bij termijnoverschrijding hoger beroep ondanks onjuiste rechteraanduiding in dagvaarding
De zaak betreft een verdachte die op 14 juli 2000 een dagvaarding ontving om op 15 september 2000 te verschijnen voor de Kinderrechter wegens twee diefstallen. De dagvaarding vermeldde abusievelijk 'minderjarige verdachte' en verwees naar de Kinderrechter in plaats van de Politierechter. De verdachte verscheen niet en werd bij verstek veroordeeld. Pas op 30 maart 2001 werd hoger beroep ingesteld, na de wettelijke termijn van veertien dagen.
Het hof verklaarde de verdachte toch ontvankelijk in hoger beroep, stellende dat de onjuiste aanduiding van de rechter en de doorhaling van 'minderjarige' verwarring bij de verdachte hadden veroorzaakt, waardoor het termijnverzuim gepasseerd kon worden. De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding in persoon was betekend en de datum van de terechtzitting duidelijk vermeld was. De enkele onjuiste aanduiding van de rechter en de doorhaling van 'minderjarige' waren onvoldoende om de dagvaarding nietig te verklaren of het termijnverzuim te passeren. De verdachte had zich moeten vergewissen van het verloop van de zaak. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens termijnoverschrijding ondanks onjuiste rechteraanduiding in de dagvaarding.