ECLI:NL:HR:2003:AH9777
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over renteaftrek en vermogen bij belastingaanslag 1995
Belanghebbende kreeg voor 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 13.891. De Inspecteur stelde het verlies van dat jaar op nihil. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en stelde het verlies vast op ƒ 18.595.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de betaling van ƒ 12.000 niet als rente kon worden aangemerkt, terwijl de rente vanaf 1986 jaarlijks bij de hoofdsom was bijgeschreven. Echter, omdat voor de bijgeschreven rente al recht op aftrek bestond, leidt betaling daarvan niet tot extra aftrek.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte de belastingteruggave van ƒ 84.603 in mindering bracht op het vermogen per 31 december 1995 zonder nadere motivering, aangezien deze vordering nog niet was geïnd maar wel deel uitmaakte van het vermogen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens de beslissing over het griffierecht, en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.