ECLI:NL:HR:2003:AH9780
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid BPM-verhoging voor niet-schone dieselauto's
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een verhoging van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) met een bedrag van ƒ 2000 voor niet-schone dieselauto's. Dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de BPM-verhoging niet discriminerend of beschermend was in strijd met artikel 90 EG Pro.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de BPM-verhoging een schending van het EG-verdrag opleverde, omdat deze mogelijk bevoordeelde dat men koos voor een in Nederland geproduceerde LPG-installatie boven een buitenlandse. De Hoge Raad overwoog dat de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 alleen onderscheid maakt tussen benzine- en dieselauto's, en dat de heffing gelijk is voor geïmporteerde en binnenlandse auto's, ongeacht of een LPG-installatie is ingebouwd.
Het Hof had geoordeeld dat er geen feiten of omstandigheden waren die aannemelijk maakten dat de BPM-verhoging een bevoordeling inhield van Nederlandse LPG-installaties. Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk, zodat het cassatieberoep faalt. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de BPM-verhoging voor niet-schone dieselauto's geen schending is van artikel 90 EG.