ECLI:NL:HR:2003:AI0010
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen verkrachting en aanranding
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 20 februari 2002, waarin hij was veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging. Het hof had de verdachte veroordeeld voor medeplegen van meerdere feiten van verkrachting, aanranding van de eerbaarheid en ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling van de zaak. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de straf.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze tot zeven jaren en zeven maanden. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen en bleef de veroordeling in stand. De overige vorderingen van de benadeelden werden door het hof deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige veroordeling blijft in stand.