ECLI:NL:HR:2003:AI0923
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting na bezwaar en beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 40.610. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het Hof vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 38.960.
Tijdens de procedure kwamen partijen overeen dat belanghebbende recht had op aftrekposten voor vervoerskosten en extra uitgaven voor kleding en beddengoed, waardoor deze posten niet langer in geschil waren. Alleen de aftrek voor thuiszorg en de aanschaf van een bril bleven onderwerp van geschil. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de uitgaven voor thuiszorg en de bril daadwerkelijk waren gedaan.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, onder meer over de proceskostenvergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de bewijsmiddelen naar behoren had gewogen en dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Ook de toegewezen proceskostenvergoeding was in overeenstemming met de geldende regelingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.