ECLI:NL:HR:2003:AI0927
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt premieplichtig loonbesluit wegens onjuiste loonbelastingverrekening
Belanghebbende werd geconfronteerd met een besluit van het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen tot verhoging van het premieplichtig loon over 1996 met ƒ 35.171. Dit besluit werd in bezwaar en vervolgens in eerste aanleg door de rechtbank ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Centrale Raad oordeelde dat het loon moest worden herberekend met inachtneming van het voordeel dat de werknemer had genoten doordat het anoniementarief niet was toegepast, ongeacht dat de werkgever de te weinig ingehouden loonbelasting op de werknemer had verhaald.
De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat indien de werkgever de loonbelasting en premie volksverzekeringen wel verhaalt op de werknemer, het voordeel dat de werknemer tijdelijk ten onrechte heeft genoten niet kan worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Hierdoor kon het besluit tot verhoging van het premieplichtig loon niet in stand blijven en werd het vernietigd.
De Hoge Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan belanghebbende. Hiermee werd het beroep in cassatie gegrond verklaard en het bestreden besluit en uitspraken vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot verhoging van het premieplichtig loon wordt vernietigd omdat het verhaalde bedrag niet als loon uit dienstbetrekking kan worden aangemerkt.