ECLI:NL:HR:2003:AI1595
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens ontbreken nieuw raadsman in eerste aanleg
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2002, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal met braak en werd geplaatst in een inrichting voor de opvang van verslaafden voor twee jaar.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat het onderzoek in eerste aanleg niet nietig was ondanks het ontbreken van een ambtshalve last tot toevoeging van een nieuwe raadsman nadat de aanvankelijk toegevoegde raadsman zijn taak had neergelegd. De Hoge Raad oordeelde dat de verdediging deze klacht niet tijdig bij het hof had ingebracht en dat cassatieklacht hierover niet voor het eerst kan worden gemaakt.
Verder werd het tweede middel zonder nadere motivering verworpen omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. De Hoge Raad concludeerde dat geen reden bestond om het arrest ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president Bleichrodt en raadsheren Balkema en de Savornin Lohman op 7 oktober 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.