ECLI:NL:HR:2003:AI5686
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek verhuiskosten bij tijdelijke terugkeer naar ouderlijk huis
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 31.854. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur handhaafde de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op aftrek van ƒ 4847 op grond van artikel 36, lid 2, aanhef en letter d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, vanwege een verhuizing. Het Hof oordeelde dat de terugkeer van belanghebbende vanuit Q naar zijn ouderlijk huis te Z, in verband met tijdelijke detacheringen, geen verhuizing was. Het Hof nam daarbij mee dat belanghebbende de woning in Q kon blijven gebruiken, daar meerdere keren overnachtte, en na beëindiging van de detachering daadwerkelijk terugkeerde.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie getoetst kunnen worden. Ook de motivering van het Hof werd als voldoende beoordeeld. De overige middelen faalden eveneens. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.