ECLI:NL:HR:2003:AI5736
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 64.552, hoger dan de oorspronkelijke aanslag van ƒ 47.406. Zij stelde bezwaar tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en kwam in beroep bij het Gerechtshof. Dit verklaarde het beroep ongegrond nadat de Inspecteur de navorderingsaanslag had gehandhaafd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de premie voor een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule, afgesloten tussen 15 oktober 1990 en 1 januari 1992, als persoonlijke verplichting in mindering gebracht moest worden op het inkomen. Tevens beriep zij zich op het gelijkheidsbeginsel vanwege een begunstigend beleid van de Belastingdienst voor dergelijke lijfrenteovereenkomsten.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen gebruik had gemaakt van het begunstigend beleid binnen de gestelde termijn, mede omdat de tussenpersoon op de hoogte was maar niet handelde. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en verwierp de cassatieklachten. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1994.