ECLI:NL:HR:2003:AJ0535
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van voorbereidingshandeling met kennelijk bestemde auto
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het voorbereiden van een gewelddadige diefstal waarbij hij een Ford Transit-auto voorhanden had die kennelijk bestemd was tot het plegen van het misdrijf. De tenlastelegging betrof de periode van oktober 2000 tot januari 2001, waarin verdachte samen met anderen handelingen verrichtte ter voorbereiding van een overval op een bank.
Het hof baseerde zijn oordeel op de omstandigheden waaronder de auto werd gebruikt, waaronder het parkeren nabij het bankfiliaal, observatie van de bank en het gedrag van verdachte en zijn medeverdachten. Het hof oordeelde dat de auto objectief gezien kennelijk bestemd was tot het plegen van het misdrijf, zoals bedoeld in art. 46 (oud) Sr.
De verdediging voerde aan dat de auto een alledaags voorwerp was en niet kennelijk bestemd tot een misdrijf waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer stond. De Hoge Raad bevestigde echter dat het hof een juiste rechtsopvatting had gehanteerd en voldoende had gemotiveerd dat de auto kennelijk bestemd was voor het criminele doel.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De Hoge Raad benadrukte dat de beoordeling van de kennelijke bestemming van het middel objectief moet zijn en gebaseerd op de uiterlijke verschijningsvorm, het gebruik en het criminele doel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.