ECLI:NL:HR:2003:AK3493
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing teruggaaf accijns op gearomatiseerde wijnen wegens onvoldoende bewijs gelijksoortigheid
Belanghebbende heeft verzocht om teruggaaf van accijns over de periode van 1 juli 1986 tot en met 31 december 1991 voor een bedrag van ƒ 8.110.372, waarvan een deel werd toegekend en een ander deel werd afgewezen door de Inspecteur. Na bezwaar en beroep bij het Hof heeft het Hof het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de geïmporteerde wijnen, aangeduid als 'gearomatiseerde wijnen' en 'Aperitivo', gelijksoortig waren aan vruchtenwijnen in de zin van artikel 90 EG Pro-Verdrag, hetgeen recht zou geven op teruggaaf van accijns. Belanghebbende stelde dat de aard en eigenschappen van de wijnen dit rechtvaardigden, terwijl de Inspecteur stelde dat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om dit achteraf te verifiëren.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de wijnen de beweerde eigenschappen hadden en dat het Hof daarom geen oordeel kon geven over de gelijksoortigheid. Tevens verwierp het Hof het bewijsaanbod van belanghebbende om deskundigen te raadplegen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af, omdat belanghebbende niet het vereiste bewijs heeft geleverd dat de wijnen bij invoer de beweerde eigenschappen hadden.
De Hoge Raad overweegt dat in gevallen van teruggaaf op grond van achteraf gebleken eigenschappen de bewijslast bij de belanghebbende ligt om aannemelijk te maken dat het goed destijds de beweerde kenmerken had. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de afwijzing van teruggaaf van accijns blijft gehandhaafd.