ECLI:NL:HR:2003:AK8293
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek buitengewone lasten wegens onvoldoende bewijs
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 36.530. Tegen deze aanslag maakte hij bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het beroep ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende opgevoerde uitgaven als buitengewone lasten terecht niet in aftrek waren toegestaan, omdat niet was voldaan aan het wettelijk vereiste bewijs door middel van schriftelijke bescheiden. Het Hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was en dat de uitgaven niet redelijkerwijs controleerbaar waren.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende. Het Hof had het bewijs naar behoren gewogen en het oordeel was niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad zag geen aanleiding het beroep in cassatie gegrond te verklaren en wees het af. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van buitengewone lasten.